Nummerrr… 1!
Wie jong en onrustig was in de jaren zestig en zeventig stemde zijn radio af op Veronica, ‘het station waar muziek in zit’. Willem van Kooten (alias Joost de Draaijer), Lex Harding, Tineke, Rob Out en al die andere dj’s bezorgden het verzuilde Nederland een slechte nachtrust. Losjes en avontuurlijk introduceerde hun piratenzender een nieuwe toon: die van de jeugd.
Kok ontrafelt de mythische geschiedenis van de zeezender, die zo rijk was aan incidenten en persoonlijke tragedies. Wat was er zo bedreigend aan Elvis Presley? Aan commercials? Aan transistorradio’s? En hoe zat dat nou met die wonderlijke bomaanslag op Radio Noordzee? De antwoorden staan in Dit was Veronica, waarmee Kok na zijn bekroonde 1974 - Wij
waren de besten opnieuw een meeslepend tijdsdocument aflevert. Een verhaal van geld, jaloezie en pioniersdrift.

Voorwoord bij Dit was Veronica:
Ze zeggen dat je moet schrijven over dingen waar je verstand van hebt, en ik had er verstand van, vond ik zelf. Daarom wijdde ik in de dagen van de Grote Demonstratie in 1973 een korzelig opstel aan het onrecht dat Radio Veronica boven het hoofd hing. Waarom konden die vrolijke dj’s niet simpelweg doorgaan met zoiets onschuldigs als plaatjes draaien waar de mensen graag naar luisterden? Waarom lapte de regering de wens van het Nederlandse volk zo hooghartig aan haar laars? Was het kabinet-Den Uyl, een links kabinet, soms ergens bang voor? Zulke vragen zal ik hebben gesteld, de een nog verontwaardigder dan de ander, en de antwoorden die ik heb gegeven zullen niet veel meer zijn geweest dan wat dj Rob Out, de Man van Staal (dacht ik toen), al maandenlang geëmotioneerd naar voren bracht. Maar zeker weten doe ik het niet. Het opstel uit de vierde klas Atheneum, dat ik jarenlang heb bewaard, is bij een of andere verhuizing tussen het oud papier geraakt en verdwenen.
Nu ik tientallen hoofdrolspelers, andere betrokkenen en fans heb gesproken, snap ik beter waarom ook ik destijds - een shagrokende tiener met veel te lang haar, altijd plaatjes draaien - in een bus naar het Malieveld en het Binnenhof ben gestapt. Niet om de kans te verhogen dat ik kon blijven luisteren naar popmuziek. Die muziek zou ongetwijfeld nog jaren te horen zijn op Hilversum 3, zoals 3FM toen nog heette. Het ging, begrijp ik nu, om iets heel anders – om vriendschap. In het nog maar pas begonnen televisietijdperk hadden ze bij Veronica een nieuw soort radio uitgevonden, de radio als metgezel. Lex Harding, Tineke, Jan van Veen, Tom Mulder en al die anderen hadden zich jarenlang betrouwbare kameraden betoond van de luisteraar, en je voelde je gekrenkt dat iemand het lef had die kameraden van je weg te halen.
Ze hadden maling aan het gezag, ze waren op een olijke manier brutaal en ze leken al die pophelden zelf te kennen, wat soms nog waar was ook. In talkshows op de televisie keken ze niet nerveus en strak in de ogen van hun ondervragers, zoals toen nog gebruikelijk, ze hingen losjes in hun stoel en ze keken uitdagend om zich heen. Wie deed hen wat? Onafhankelijk en zelfverzekerd, zo moest je zijn. Ook al durfde je dat zelf niet, luisteren naar de piratenradio was alvast een stap in de goede richting. Ze deden iets wat ergens niet mocht, gebruik makend van een zendschip net buiten de Nederlandse wateren; dat maakte het alleen nog maar spannender.
De 192 en (later) 538 meter middengolf waren de eerste plekken in de ether waar je iemand hoorde die dezelfde toon hanteerde als jij. Met die toon opende Radio Veronica de aanval op het bastion van de publieke omroep, en de gevolgen waren legio. Niet alleen zouden de commerciële zenders later gelijksoortige formules hanteren om het publiek aan zich te binden, ook de omroepverenigingen zouden tal van uitvindingen van Veronica overnemen. Liep Nederland in 1960 op het gebied van populaire muziek nog jaren achter bij Engeland en Amerika (bij de publieke omroep werd iemand als Elvis Presley zo goed als verzwegen); ten tijde van het voor velen hartverscheurende einde in 1974 was het tegenovergesteld het geval: Nederlandse popartiesten stalen de show in Engeland en Amerika. Geen gekke prestatie voor een zender die te zwak was om zelfs maar heel Nederland te bereiken.
Nu ik het geheim zo ongeveer ken, luister en kijk ik heel anders dan voorheen. Wat dat ook waard moge zijn: dat pakken ze mij in ieder geval niet meer af.

Hoofdstuk 1 – Joost weet het beter
‘Het is woensdagavond, het is zeven uur, dit is de klok van Radio Veronica, het station… Tsjoep, riep, prrrrr stjipp… waar muziek in zit… Zit.’
Op de eerste etage van een tot studio verbouwd kosterswoninkje schuift de presentator onder een schuin, met geluidwerend materiaal betimmerd plafond heen en weer op zijn stoel. Aan de buitenkant van het gebouw is niets bijzonders te zien: een doorsnee bakstenen huisje met een pannendak, nuchter, strak, het centrum van Hilversum is ermee bezaaid. Maar hier, in de studio, zal het losjes toegaan, laconiek, want dat moet.
Het is september 1966, een zomer vol geweldige hits loopt ten einde. Summer in the city, Sunny afternoon, dat soort hits. Vooral van de Nederlandse successen is Joost de Draaijer een warm voorstander. De Draaijer, 25 pas, maar vroeg wijs, bril met zwaar montuur, opschuivende haargrens, is pleitbezorger van het ‘vaderlands product’.
De openingstune klinkt. Vrolijke, op Grieg’s pianoconcert gebaseerde piano.
De presentator heeft er zin in. Aan de muur kleurenfoto’s van The Rolling Stones en The Beatles, tussen zijn vingers een brandende sigaar. Joost de Draaijer doet wat hem gemakkelijk afgaat, alsof het hem overkomt. Hij weet niet wat het is, het gaat vanzelf. Hij brengt zijn gezicht naar de microfoon en het gebeurt.
‘Wietzitzit, wooo, wietzitzit, juist, juist, je wilde het even hebben over het punt… juist, jáááá! jaha, dit is Joost mag het Weten… Dat wordt steeds weer hier in de komende vier kwartier de hottest sound around, on one-nine-two, the station where it’s óóóólll hap-pe-ning, Franse en ook Engelse luisteraars, want die zijn er, die zijn er velen in getal, uuuhhh, wat Engelse, wat Amerikaanse hot en haar door elkaar, het gehele uur wat we voor u gekozen hebben enzo door Adje blblblblbl, we draaien, tsjubstjub… Óóóh!’
De plaat begint. Soulzanger produceert fel rollende ‘r’-klank. ‘Brrrrrrr!’
De diskjockey: ‘Óóóóh!’ (Gespeeld jankerig:) ‘Oh-oh-oh…’
De drums zetten in, gevolgd door blazers.
‘Juist, niet te geloven, ’t is nog altijd zomèèèrrrr, het is summertime, en Billy Stewart zingt…’ (Halve octaaf hoger:) ‘Easy!’
Aanstekelijk rhythm-and-bluesnummer barst los, zomerse trompetten.
Tegen het einde van het nummer stokt het plotseling. De zanger gaat solo verder: ‘So hush, little baby… dóóóóón’t you… Brrrrrrr!...’
Stevige klappen op de snarentrommel. Blazers, gitaren.
Diskjockey: ‘Óóóh, Billy Stewart… Als je vrouw een steward is, een stewardess… Óóóóh. Wat een soul, de soul van Billy Stewart. En ha, ha, hááá, it’s summertime!’
Plotselinge stilte. Billy Stewart: ‘Ha!’
Diskjockey: ‘Ho! Brub… Vóór vrij en achter vrij, en dat…’ (zangerig, van laag naar hoog)… ‘wááááás…’
(Opgeruimde vrouwenstem:) ‘De ‘r’ in de maand, zorg dat er Sanostol in huis is. Sanostol, de levertraan met sinaasappelsmaak. Kinderen zijn dol op Sanostol. Uw apotheker en drogist hebben ‘t. Geef uw kinderen púúr natúúr. Elke avond om zeven uur: Sanostol!’
Diskjockey: ‘Heerlijk, heerlijk, vandaar, dames en heren, dat wij er weer zo vief uitzien en er weer zo goed tegenkunnen en van die ongelooflijke soulplaatjes draaien… Cherish bijvoorbeeld, Cherish, een hit, en wat voor hit, de tweede hit van The Association.’
Joost de Draaijer, eigenlijk heette hij Willem van Kooten, liet weer eens horen waarom hij de populairste én de meest verguisde diskjockey van het land was. Veel verder dan dit kon een radiopresentator niet afwijken van de correcte, vanaf een papier voorgelezen teksten die je bij de zuilen meestal te horen kreeg. Wie niet op zoek was naar het begrijpelijke, het logische, het educatief verantwoorde, vond zijn heil bij Joost de Draaijer. Net als de Engelse piraten bij Radio Caroline en Radio London gaf hij een haast absurd, voor sommigen verwarrend antwoord op de vraag hoe het oude massamedium radio moest reageren op het nieuwe massamedium televisie. In tegenstelling tot presentatoren bij de publieke radiozenders trachtten deze dj’s geen ‘televisie zonder beeld’ te maken – bij voorbaat een verloren strijd – maar radio. Door te spelen met de taal, met geluidsfragmenten, hoe gekker hoe beter, probeerden ze het luisteren tot iets opwindends te maken. De besten onder hen veroorzaakten een dynamiek waar de televisie niet aan kon tippen.
